Diafragmaat
De patientenbrochure zegt:
De beste gebieden om te injecteren zijn aan de voorzijde van uw dijen, de voorzijde van uw middel (buik) of uw bovenarm.
vooraanzicht
Doorsnede op navelhoogte, zoals u er zelf van bovenaf op kijkt
Het injectiegebied loopt van onder de ribben tot ongeveer de broekrand, ook opzij richting de flanken. Houd rond de navel zo'n 5 cm vrij.
De buik is voor de meeste mensen het makkelijkst: goed zichtbaar en veel ruimte om te wisselen.
vooraanzicht
Doorsnede van uw rechterdij, zoals u er zelf van bovenaf op kijkt
Van de voorkant om naar de buitenkant (zijkant) van de dij, het middelste deel: van een handbreedte onder de lies tot een handbreedte boven de knie.
De binnenkant van de dij liever niet: die is gevoeliger, en er lopen grotere bloedvaten en zenuwen dichter onder de huid. Kies bij voorkeur het bovenste deel van het injectiegebied: hoe dichter bij de knie, hoe dunner de vetlaag.
vooraanzicht · linkerarm
Doorsnede van uw rechterbovenarm, zoals u er zelf van bovenaf op kijkt
De buitenkant (zijkant) van de bovenarm, het middendeel: van een handbreedte onder de schouder tot een handbreedte boven de elleboog.
Richtlijnen raden de arm af om zelf te injecteren: hij is lastig te bereiken en de vetlaag is er dun, waardoor de naald makkelijker in de spier komt, vooral bij mannen. Gebruik hem bij voorkeur alleen als iemand anders prikt.
Zo verdeel ik de injectiegebieden buik en bovenbeen in vaste injectieplekken.
Drie injectieplekken per kant: boven de navel, opzij op navelhoogte en onder de navel.
Elke injectieplek is groter. Zo kunt u makkelijk om een litteken, moedervlek, blauwe plek of verharding heen.
Per been vijf injectieplekken. Boven en halverwege: één aan de voorrand en één aan de achterrand van het injectiegebied. Onderaan: één in het midden.
De achterrand ligt op de buitenkant (zijkant) van de dij, zie de doorsnede hierboven. Blijf bij de onderste injectieplek een handbreedte boven de knie.
Per arm één injectieplek: midden op de buitenkant (zijkant) van de bovenarm, halverwege tussen schouder en elleboog.
Gebruik de arm bij voorkeur alleen als iemand anders prikt, zie de bovenarm hierboven.
Schematische tekening ter verduidelijking van de bijsluiter en algemene instructies voor injecteren onder de huid. Laat uw verpleegkundige of apotheker de injectiegebieden bij u persoonlijk aanwijzen.