Diafragmaat
D
logo Diafragmaat

Subcutaan (onder de huid) injecteren

De patientenbrochure zegt: De beste gebieden om te injecteren zijn aan de voorzijde van uw dijen, de voorzijde van uw middel (buik) of uw bovenarm.

injectiegebied vrijhouden 1 handbreedte ≈ 8–10 cm

Buik

vooraanzicht

onderste ribben bovengrens navel: ± 5 cm rondom vrijlaten ± broekrand ondergrens

Doorsnede op navelhoogte, zoals u er zelf van bovenaf op kijkt

buikholte wervelkolom voorkant: buik navel: ± 5 cm vrij vetlaag rechts (flank) links (flank) achterkant: rug

Het injectiegebied loopt van onder de ribben tot ongeveer de broekrand, ook opzij richting de flanken. Houd rond de navel zo'n 5 cm vrij.

De buik is voor de meeste mensen het makkelijkst: goed zichtbaar en veel ruimte om te wisselen.

Bovenbeen

vooraanzicht

1 handbreedte onder de lies 1 handbreedte boven de knie

Doorsnede van uw rechterdij, zoals u er zelf van bovenaf op kijkt

voorkant rechter bovenbeen achterkant buitenkant (zijkant) binnenkant vrijhouden vetlaag

Van de voorkant om naar de buitenkant (zijkant) van de dij, het middelste deel: van een handbreedte onder de lies tot een handbreedte boven de knie.

De binnenkant van de dij liever niet: die is gevoeliger, en er lopen grotere bloedvaten en zenuwen dichter onder de huid. Kies bij voorkeur het bovenste deel van het injectiegebied: hoe dichter bij de knie, hoe dunner de vetlaag.

Bovenarm

vooraanzicht · linkerarm

1 handbreedte onder de schouder buitenkant (zijkant) 1 handbreedte boven de elleboog

Doorsnede van uw rechterbovenarm, zoals u er zelf van bovenaf op kijkt

voorkant rechter bovenarm achterkant buitenkant (zijkant) binnenkant vrijhouden kant van de romp vetlaag

De buitenkant (zijkant) van de bovenarm, het middendeel: van een handbreedte onder de schouder tot een handbreedte boven de elleboog.

Richtlijnen raden de arm af om zelf te injecteren: hij is lastig te bereiken en de vetlaag is er dun, waardoor de naald makkelijker in de spier komt, vooral bij mannen. Gebruik hem bij voorkeur alleen als iemand anders prikt.

Vaste injectieplekken

Zo verdeel ik de injectiegebieden buik en bovenbeen in vaste injectieplekken.

Buik: 6 injectieplekken

Drie injectieplekken per kant: boven de navel, opzij op navelhoogte en onder de navel.

Elke injectieplek is groter. Zo kunt u makkelijk om een litteken, moedervlek, blauwe plek of verharding heen.

Bovenbenen: 5 injectieplekken per been

knie

Per been vijf injectieplekken. Boven en halverwege: één aan de voorrand en één aan de achterrand van het injectiegebied. Onderaan: één in het midden.

De achterrand ligt op de buitenkant (zijkant) van de dij, zie de doorsnede hierboven. Blijf bij de onderste injectieplek een handbreedte boven de knie.

Bovenarmen: 1 injectieplek per arm

Per arm één injectieplek: midden op de buitenkant (zijkant) van de bovenarm, halverwege tussen schouder en elleboog.

Gebruik de arm bij voorkeur alleen als iemand anders prikt, zie de bovenarm hierboven.

Bij elke injectie

  • Kies elke dag een andere injectieplek, en blijf minstens een vingerbreedte (± 1–2 cm) van de vorige prik. Zo voorkomt u verhardingen onder de huid.
  • Sla littekens, moedervlekken, blauwe plekken, verhardingen en pijnlijke huid over.
  • Steek de naald recht in de huid, houd de drukknop ingedrukt tot het venster 0 aangeeft en tel langzaam tot 6.
  • Welk van de drie injectiegebieden u kiest, maakt voor de werking niet uit.

Schematische tekening ter verduidelijking van de bijsluiter en algemene instructies voor injecteren onder de huid. Laat uw verpleegkundige of apotheker de injectiegebieden bij u persoonlijk aanwijzen.